Positivisme

‘Tot nu toe alles vlot gegaan’ piept een sms’je. Het is m’n moeder, die zo naar mijn trein overstapt. Dan zit ze al de hele ochtend in bus en trein, om van Limburg naar het beginpunt van dit wandelweekend te komen: de Brink in Zuidlaren. Buiten is het guur en nat, mijn trein is dampend vol mensen. Waar haalt ze toch dat positivisme vandaan?

Ik vraag het haar, als ze in Zwolle instapt. ‘Dat hebben we thuis altijd gehad’ is haar antwoord. Dat begon al in de schuilkelder in Tegelen, in de oorlog. Daar zat ze maandenlang, als kind. In het donker naast haar vader, die in een rolstoel zat. Maar wat ze zich herinnert is hoe een man mondharmonica speelde, als de bommen vielen. ‘Ik hoor het nu nog, die muziek. En ik zie hoe mooi alles verlicht werd, door één kaarsje.’

Pelgrim

Na een paar keer overstappen en twee tochtige bushaltes wandelen we, eindelijk. We hebben de etappe naar Rolde in tweeën gedeeld, want na de vorige wandeling kreeg ze last van haar knie. Eenmaal thuis ging het opzetten. ‘Niet zo erg hoor’ zegt ze, terwijl we door dikke veenlagen ploegen.

De Drentsche Aa staat hoog en de vette aarde zuigt. Ik merk hoe m’n moeder zich verbijt, als ze moeizaam haar schoenen uit de modder trekt. Ik vind een geschikte tak die haar wat evenwicht biedt. Als een ware pelgrim ploegt ze daarna voor me uit. Natte wolken hangen uitgezakt boven het Drentse akkerland. Behoorlijk moe komen we bij ons Pieterpad-logeeradres aan. We eten wat en gaan vroeg slapen.

Schotse Hooglanders

’s Ochtends kijkt ze zorgelijk: ‘Ik heb wat kort geslapen.’ Ze toont haar knie, die bol staat van het vocht. ‘Maar ik probeer het wel.’ We wandelen weer en ik vraag een paar keer hoe het gaat. ‘Mwa..’ klinkt het ferm. We lopen over een schitterend heideveld, tussen Schotse Hooglanders en prehistorische grafheuvels.

Als het wolkendek breekt zien we een bankje. Met gesloten ogen geniet mijn moeder van de warme zon, terwijl ze haar boterhammetjes opeet. De wereld is prachtig, vinden we allebei. En deze wandeling over het Balloërveld is een geschenk. We stappen door en komen aan bij eindpunt Rolde, waar we de terugreis beginnen.

De volgende dag, telefoon. Ze is al bij de fysiotherapeute geweest, want ze kon bijna niet meer lopen. Die zei dat het onverantwoord was, wat ik mijn moeder van in de zeventig liet doen. Ze heeft een maand verplichte rust. ‘Maar ik ga volgende week alweer fietsen hoor’ zegt ze opgewekt. ‘Want we gaan toch door?’

 

Wordt –hopelijk- vervolgd.