Zou het de streek zijn, het mooie weer? Of is het schijn, dat de mensen steeds vriendelijker worden naarmate mijn bestemming dichterbij komt? In het boemeltreintje van Apeldoorn naar Holten zeggen wildvreemde mensen me vriendelijk gedag. Als iemand voorover buigt en me zoent, schrik ik even. Gelukkig is het mijn moeder, die vanuit een aansluitende trein is ingestapt. Zij is ook al in opperbeste stemming: ‘Alles gaat vandaag gesmeerd!’

Gastvrij

De route van vandaag, 14 kilometer van Holten naar Laren, kunnen we makkelijk in een middag lopen. En de vriendelijkheid, die blijft. We zijn nog maar net op weg of de rugleuning van een bankje meldt: ‘Goat zitt’n en rust oe!’ Een uurtje verderop wijst een bordje bij een boerenhoeve dat we binnen zelf koffie mogen halen. Een buitenkansje voor mijn moeder, die even later opgetogen terugkeert: ‘Dat is Sallandse gastvrijheid, zei de boerin!’

‘Maar dit is de Achterhoek’ zegt ’s avonds mevrouw Nijkamp, als mijn moeder over de gastvrije boerin vertelt. We logeren in Laren, bij  ‘een echtpaar dat het leuk vindt mensen te ontvangen’ zoals een wandelaar op het Pieterpadforum op internet schreef. Mevrouw Nijkamp nodigt ons dan ook binnen alsof we familie zijn. Al was het  deze zomer wel wat druk met Pieterpadlogees, zo vertelt ze. Een paar weken lang waren er iedere dag wel mensen. ‘Maar ja, je kunt moeilijk nee zeggen…’

Staartklok

Die gastvrijheid wordt altijd beloond, zo blijkt uit de verhalen van het echtpaar Nijkamp. Behalve die ene keer dan. Een meneer kwam een paar dagen logeren. Geen  wandelaar, hij was voor werk in Laren. Meneer Nijkamp vond het al raar dat hij steeds informeerde wanneer het echtpaar wel en niet thuis was. Op de dag dat ze allebei weg waren, bleek ’s avonds dat de gast verdwenen was. Samen met hun Friese staartklok en nog wat zilverwerk uit de huiskamer…

Maar één rotte appel brengt een Achterhoeker niet van de wijs, zegt mevrouw Nijkamp: Pieterpatters krijgen nog steeds het volste vertrouwen. Als we de volgende ochtend aan een heerlijk ontbijtje zitten komt de gastvrouw afscheid van ons nemen. ‘Mijn man is al de deur uit, ik ga nu ook. Trek de voordeur maar gewoon dicht.’

We nemen nog een kop koffie, voor we beginnen aan de etappe van Laren naar Vorden. Als ik mijn wandelschoenen aantrek valt mijn oog op een tegeltje in de hal: ‘Een wieze henne leg ok wel ‘s een ei in de brandnettels.’