foto; ©Bas Jongerius Over deze foto zijn publicatierechten verschuldigd. Naamsvermelding van de fotograaf is verplicht. Van toepassing zijn de algemene voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten.

‘Zal ik deze ook maar uit doen?’ vraagt mijn moeder zich af, als we een kwartier  onderweg zijn. Vlak na het vertrek uit Groesbeek hebben we al onze jassen uitgedaan, nu kan ook de fleece-trui in de rugzak. Het is lente, en met elke laagje dat we uitdoen laten we een lange koude winter verder achter ons. We worden licht en fladderen over het Pieterpad, uitgelaten als alles om ons heen.

Wonder

‘De eerste vlinder!’ roept mijn moeder, als een citroenvlinder de blauwe hemel zoekt. En: ‘Hij heeft nog x-benen!’ als een pasgeboren veulen onhandig tegen een glanzende merrie leunt. Bij een boerderij springen twee kinderen op een trampoline. Ze zweven met een gelukzalige lach richting een schapenwolkje…

Het is lente, en we laten ons meevoeren door het wonder om ons heen. Een hoog fluitje klinkt uit de boomtoppen. ‘Koolmees’ zegt mijn moeder. We horen een ratelend drilboortje, hoog boven ons: een specht. Verderop op een erf pronkt een pauw zijn uitgevouwen staartdek, amechtig gadegeslagen door vijf ielige kippetjes.

Tientje

Maar ook mijn moeder komt vandaag tot grote bloei: ze ziet haar hele flora en fauna-encyclopedie tot leven  komen. We lopen door het Quin, een schitterend natuurreservaat op weg naar Vierlingsbeek. ‘Speenkruid’ meldt ze, en: ‘kamperfoelie, het eerste groen in het bos!’ Onder wat kreupelhout horen we vrolijk fluitend gekwetter. ‘Roodborstje, die zitten altijd beneden.’

Als ik vraag waar al die ornithologische kennis toch vandaan komt, vertelt mijn moeder dat ze als kind al iets met vogels had. ‘Na de oorlog had je het tientje van Lieftinck. Toen kreeg iedereen tien gulden, om de geldzuivering door te komen. Wij kregen dat tientje ook echt zelf in handen, dat was enorm veel geld. Met mijn tien gulden kocht ik twee opgezette vogels: een Vlaamse gaai en een lijster.’

Prikkeldraad

Al pratend lopen we langs de eeuwenoude maasheggen, waar mijn moeder ook weer alles van weet. ‘Dat is het prikkeldraad van vroeger.’ Ze toont de takken vol stekels, waar de afscheiding langs het pad uit bestaat. Over de heggen heen zien we de Maas stromen, de rivier van ons eigen Limburgse land. Opeens hoor ik een paar vreemde klanken. Het is mijn moeder. ‘Lureluleruur’ brengt ze uit. En dan: ‘lurelure…’ Even denk ik dat het voorjaar haar delirisch heeft gemaakt. ‘Nee’ lacht ze: ‘ik doe een vogel na. Daar vliegt een tureluur!’

 

 

2 thoughts on “Pieterpad 15: rare vogels

  1. hallo,
    we zijn ook gestart met het wandelen van het pieterpad enwel vanuit maastricht.
    hebben nu 4 etappes erop zitten kun je ons wat tips geven.onze volgende is swalmen-venlo.en wat pleisterplaatsen.

Comments are closed.