Wanneer je als dronefotograaf aan de slag wil heb je een vergunning nodig. Daarvoor moet je een officiële opleiding volgen, die bestaat uit praktijk en theorie. In dit blog lees je hoe die opleiding voor een ROC-Light vergunning verloopt. Fun fact: je geodriehoek mag weer uit de tas!

Wanneer je besloten hebt om als fotograaf of filmer een drone te gaan gebruiken moet je eerst twee keuzes maken. De eerste keuze beschrijf ik in mijn vorige blog: heb je wel of geen vergunning nodig? Kort gezegd heb je die dus nodig wanneer je bedrijfsmatig opnames gaat maken.

Light of full monty?

Heb je eenmaal besloten mét vergunning te gaan vliegen, dan heb je nóg een keuze te maken. Wil je een ROC vergunning of een ROC-Light vergunning? Beide opleidingen maken het mogelijk beroepsmatig met een drone te vliegen, maar de ene opleiding geeft meer mogelijkheden dan de ander.

Het grote verschil zit hem vooral in het soort drone dat je mag vliegen. Met een ROC-Light vergunning mag je drones vliegen tot 4 kilo, met een volledige ROC vergunning mag je drones tot 150 kilo besturen. Dat is nogal een verschil. Wat je kiest hangt vooral af waarvoor je de drone wilt gebruiken.

Volledige vergunning

Wil je professionele filmopnames maken dan kom je al gauw uit op een zwaardere drone. Ook voor fotograferen met eigen apparatuur kom je op drones uit boven de 4 kilo en heb je een volledige vergunning nodig.
Maar als je een drone vooral gaat gebruiken als toevoeging aan je beroepspraktijk als fotograaf of filmer kun je al heel veel met drones tot 4 kilo.

Zelf gebruiken we op de opleiding fotografie waar ik lesgeef de DJI Mavic Pro Platinum, een hele goede keus uit drones onder de €1000,-. De Mavic Pro is klein, opvouwbaar en ruimschoots onder de 4 kilo. Hij heeft een gimbal voor gyroscopische stabilisatie, dus voor trillingsvrij fotograferen en filmen met een rechte horizon. Hij schiet foto’s van 12,35 pixels in RAW modus en hij filmt op 4k. Hij levert scherpe en kleurgetrouwe beelden, die je zo in een blad kunt afdrukken. Meer heb ik in ieder geval niet nodig!

Go light!
Vandaar dat voor mij als fotograaf de ROC-Light vergunning voldoende mogelijkheden biedt. De lichtere vergunning heeft nog een aantal voordelen. De opleiding is én veel goedkoper én eenvoudiger; je drone heeft geen kostbare toestelkeuring nodig én je heeft geen Operationeel Handboek bij te houden. Verder is er verschil in hoe hoog en hoe ver je mag vliegen. Met een ROC-Light vergunning mag je tot 40 danwel 50 meter omhoog, met een volledige vergunning mag je 120 meter de lucht in.

En zo zijn er nog een aantal verschillen, waarbij steeds de ROC-Light vergunning wat minder uitgebreide mogelijkheden heeft. Op de site van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (waar je je dronetheorie-examen kunt doen) staat een handig overzicht van verschillen tussen ROC en ROC-Light. Hier zie je daar een stukje van, en via deze link kun je het hele overzicht bekijken.

Ruimtevaart

Afhankelijk van de toepassing die je nodig hebt kies je dus de opleiding die bij je past. Zoals gezegd, voor mij is de ROC-Light vergunning goed genoeg, al weet ik natuurlijk niet of ik in de toekomst toch operationele beperkingen tegenkom die alleen met de volledige ROC vergunning (dat heet ook wel RPA-L brevet) te overwinnen zijn. Vooralsnog ben ik blij met mijn ROC-Light opleiding, die ik een jaar geleden volgde. Hieronder lees je mijn ervaringen daarmee.

Ik volgde de ROC-Light opleiding bij de Dutch Drone Academy. De opleiding bestond uit twee halve dagen theorie, een halve dag praktijk plus een theorie-examen bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Alle drie de onderdelen heb ik als pittig ervaren, omdat je veel nieuwe dingen leert, maar het was vooral ook leuk om stap voor stap dichterbij mijn dronebrevet te komen.

Opleiding ROC-Light

De opleiding volgde ik met een aantal collega’s, waarbij de Dutch Drone Academy groepskorting verleent. Hieronder beschrijf ik kort hoe de drie opleidingsdelen eruit zagen.

Theorieles
Tijdens de theorieles zaten we weer eens echt in klas. Voor ons lag de beruchte geodriehoek uit de middelbare schooltijd. Verder een passer en een grote luchtvaartkaart, die allemaal bij het opleidingsmateriaal horen. In de theorieles behandelt de docent onderdelen als navigatie, meteorologie en wetgeving. De lessen zijn vooral een voorbereiding op het theorie-examen. Daarin mag je vragen verwachten over algemene kennis van vliegtuigen, de techniek van drones, regelgeving voor drones en bijvoorbeeld het lezen van METARS; meteorologische berichtgeving van luchthavens.

De passer en geodriehoek kwamen van pas bij het bestuderen van de luchtvaartkaart. Die aeronautische kaart staat vol met geheimzinnige codes, maar je leert ‘m snel begrijpen. De kaart gebruik je als vluchtvoorbereiding. Je moet met behulp van coördinaten een locatie op de kaart kunnen zoeken. Van die locatie moet je kunnen aangeven of je er wel of niet mag vliegen, bijvoorbeeld vanwege een militaire laagvliegzone.

Met je passer moet je aangeven welke welke obstakels binnen je vlieggebied vallen. Een precies werkje, dat je ook bij je theorie-examen moet uitvoeren. Maar als je een paar keer oefent lukt dat wel. Overigens mag je de aeronautische kaart sinds kort ook digitaal gebruiken, je vindt ‘m hier op de site van Luchtverkeersleiding Nederland.

Praktijkles
Het leukste onderdeel van je opleiding is natuurlijk het praktijkgedeelte. Tijdens onze opleiding was het slecht vliegweer (regen en vooral wind) waardoor we dat gedeelte in een gymzaal deden. Voor het eerst vlogen we met echte drones! Eerst leer je sturen, voor- en achteruit, dan zijwaarts, omhoog en omlaag, een bochtje maken. Daarvoor moet je eerst goed voelen hoe de joysticks werken op de afstandsbediening. Je bedient de sticks tussen je duim en wijsvinger, waarmee je heel precies kunt sturen. Zo’n drone reageert super gevoelig, dus je moet heel voorzichtig leren sturen.

In de gymzaal staan pylonnen opgesteld, waar je omheen moet kunnen vliegen. Het moeilijkste om te leren is denken in 3D. Je drone heeft een voor- en een achterkant, maar wanneer je done om zijn as draait is die voorkant ergens anders dan eerst. Dan moet je dus snappen welke kant je op moet. Tijdens de praktijkexamen -of wel Vliegvaardigheidstoets– dat je na een paar uurtjes dronevliegen al aflegt, is dat het moeilijkste stukje. Je drone hangt stil halverwege de zaal, waarna de docent hem een stuk om zijn as laat draaien. Daarna moet je in een vloeiende beweging naar het beginpunt terugvliegen.

Het viel op dat jonge mensen makkelijk in een 3D omgeving bewegen, natuurlijk door hun game-ervaring. De wat oudere deelnemers hebben daar veel meer moeite mee. Op een na haalden we ons praktijkexamen; de oudste deelnemer ging op voor een her, omdat het hem niet lukte in een rechte lijn achteruit te vliegen met behulp van de joysticks.

Het theorie-examen
Wanneer je de eerste twee delen van je opleiding met succes hebt gevolgd (voor je praktijkdeel kun je zakken, wanneer je nog niet zeker vliegt) schrijft de opleiding je in voor het theorie-examen. In mijn geval vond dat plaats bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Daar kwamen een stuk of twintig toekomstige dronepiloten samen op de examendag. Een van ons mocht niet meedoen, omdat hij zijn ID niet bij zich had; dat is een strenge voorwaarde voor je examen. Ook de rest gaat heel serieus; een heus examenlokaal, een surveillant en een officieel examen op papier.

De vragen hadden we voor een deel al geoefend met behulp van oefenexamens, die je echt moet doornemen om je officiele examen te kunnen halen. Bij veel vragen is het nodig de vraagstelling heel goed te lezen, want vaak gaat het om een precieze definitie van een luchtvaartterm. De vragen varieerden van ‘Wat betekent stampen of pitch‘ (een beweging om de dwars as) ‘Welke minimale afstand tot een in gebruik zijnde autoweg is vereist (afstand weg tot vlieger 40 meter, afstand weg tot drone 60 meter) en vragen over kennis van windrichtingsymbolen en het navigeren met behulp van de luchtvaartkaart.


Als een van de laatsten kwam ik met rode konen uit het klaslokaal. Als alfa-student vond ik de technische vragen lastig, en het werken met passer en geodriehoek al helemaal. Waarschijnlijk is een examen als dit voor technische bètakoppen makkelijker te maken, maar gelukkig bleek ik het ook te hebben gehaald. Mijn ROC-Light brevet was binnen!

Ready for take-off!
Na enige tijd ontving ik alle papieren: een certificaat ROC-Light Basisopleiding van de Dutch Drone Academy, een certificaat Vliegvaardigheidstoets van de Dutch Drone Academy en het Certificaat Theorie-examen Minidrone van het NLR. Met behulp van die papieren kun je bij de Rijksoverheid een Operator Certificate ROC-Light aanvragen, via deze pagina van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de afdeling Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Daar vind je ook de kosten voor het aanvragen van een vergunning en het Bewijs van Inschrijving.

Wanneer je tenslotte het bewijs van inschrijving van het ILT hebt ontvangen, én je drone verzekerd is, is het eindelijk zover:
You’re ready for take-off!

Tip voor wie niet kan wachten:

Zoals je hierboven leest vraagt het best wat, je dronediploma halen. Wil je niet zo lang wachten, dan mag je gewoon met een drone vliegen zonder vergunning. De overheid beschouwt je drone dan als speelgoed, maar je bent wel gehouden aan de regels voor deze drones. Je vliegt dan als hobbypiloot en hoeft geen vergunning of registratie. Je mag niet bedrijfsmatig werken, maar kunt dus wel heerlijk oefenen met een drone.

Zoals bijvoorbeeld met deze betaalbare Ryze Tello Drone powered by DJI. Voor 89 euro heb je deze oefendrone morgen in huis via Bol.com. Hij is klein, compact en licht maar voorzien van beschermende vliegfuncties, maakt foto’s met 5 megapixels en video in 720 pixels.

Volgende droneblog #4
In mijn volgende droneblog lees je welke voorbereidingen je treft voor je met je drone de lucht ingaat. Wist je bijvoorbeeld dat je fit-to-fly moet zijn? Wat bijvoorbeeld inhoudt dat je in de tien uur voorafgaande aan je vlucht geen druppel alcohol mag hebben genuttigd… Lees het in Droneblog #4!

Please like & share: